Wildfish

 

Hoi! 
Ik ben WildFish.

En ik heb de leukste opa van de hele wereld.
Als zo meteen de schoolbel gaat, fiets ik meteen naar hem toe. 

Hij noemt me Vis. Dat komt omdat ik in de sloot gegleden ben toen we visjes probeerden te vangen. We hadden een schepnet gemaakt van een oude panty van mama, een stuk ijzerdraad en een grote tak uit het bos. Ik boog te ver voorover en toen lag ik in de sloot.
Nu ben je zelf een vis, zei opa. En ik heb je gevangen. Sindsdien heet ik dus Vis.

Opa heeft een heeeele grote schuur. Hij bewaart alles wat anderen weg gooien. Oma zegt wel eens dat het rotzooi is, maar opa noemt de schuur zijn schatkamer. En die spullen van opa, die zijn dus echt heel tof.

Ik weet al wat hij gaat zeggen, als ik straks aan kom fietsen. “He Vis, ben je daar? Wat zullen we vandaag voor moois gaan maken?”
Ik wil een karretje maken. Ik zag gisteren twee oude wielen liggen en opa heeft genoeg hout. Misschien kan er zelfs wel een zeiltje op. 
Ja! Dat gaan we doen. We maken een zeilboot op wielen. 
En dan schilder ik er sterren op. 
En ik maak een lampje in de mast, van die oude zaklamp van papa.

O help, even opletten nu. Juffie zegt dat ik niet mag dromen in de les. Ik vind dat echt gek, want ik droom helemaal niet. Dat doe ik gewoon ’s nachts. In bed. Op school denk ik na.

Ze bedoelt gewoon ik dat ik op moet letten. Anders moet ik nablijven tot mijn sommen af zijn. En dan zit opa straks te wachten en weet hij niet waar ik blijf. Dan komt er nooit een zeilkar met sterren.

Nou doei dus,

WildFish